Buitengewoon onderwijs: beperkte instapmomenten + aanpassing urenpakket
Van "Hoe maken we de leer- en werkplek van de leraar aantrekkelijker ❓"
Ga naar het project
In scholen buitengewoon onderwijs stromen doorheen het schooljaar steeds heel wat leerlingen in. Gedurende dit schooljaar alleen al kwamen er in onze lagere school al 21 leerlingen bij (1/10 van het totale aantal leerlingen). In het buitengewoon onderwijs is dit het equivalent van 2 à 3 klassen. Leerlingen die we een plekje moeten geven zonder dat daar extra middelen tegenover staan.
Het is steeds heel onvoorspelbaar in welke groepen de instroom komt - maar wat zeker is, is dat die nooit netjes verdeeld is over de verschillende klassen. Soms verdubbelt een klas bijna tijdens het schooljaar.
Los van de draagkracht van de leerkracht die daardoor sterk onder druk komt, creëert dit ook een drukkend gevoel van onvoorspelbaarheid, zowel bij de leerkracht als bij de leerlingen. Je weet nooit of je groepje hetzelfde blijft, of de klasdynamiek die je net goed hebt gekregen, niet opnieuw verstoord zal worden, of de therapieën niet moeten herbekeken worden.
Twee of drie instapmomenten op een jaar, met de mogelijkheid om een uitbreiding van het lestijdenpakket aan te vragen is daarom het voorstel. Zo hebben de CLB's ook meer tijd om de dossiers voor te bereiden en heeft de nieuwe school meer tijd om kwalitatieve intakes te plannen en de schoolorganisatie indien nodig te herzien.
